Ik heb je al een tijdje niet gesproken. En daar is het nu wel weer eens tijd voor. Je vraagt je natuurlijk af met wie je mij een paar keer op de markt hebt zien zitten deze zomer.

Dat is Lex. Ik ontmoette Lex een paar maanden geleden in de kroeg. Met mijn beergoggles op zag Lex er alleraardigst uit. Ik verveelde me stierlijk die periode, en Lex leek me een leuke hobby.

Anderhalve maand nadat we elkaar ontmoet hadden stelde hij voor om een weekje weg te gaan. Leve de zomer, hij was toch drie weken vrij en ik ben altijd wel te porren voor tripjes. Hij wilde naar Frankrijk. Ik hou niet van Frankrijk, maar het is bijna om de hoek, de zon schijnt er en ze hebben er wijn. Lex hield niet zo van wijn.
We gingen met de auto, zijn auto, een oude Saab. Hij was blauw, uit een bepaald bouwjaar en hij reed, maar soms ook niet. Hij had je er vast alles over kunnen vertellen, maar ik niet. De Saab beschikte niet over de optie 'lekker doorcruisen' zodat we met een beetje doordrammen van mijn kant in Spanje terecht zouden komen.

Lex was Lex, maar vooral niet erg re-Lex. Daar kwam ik achter toen we voor Parijs al stil stonden op de vluchtstook, en hij ook prima in het Frans kon schelden. De vluchtstrook bleek niet de functie te hebben die ik hoopte dat hij zou hebben. Weg wilde ik, maar na vier uur stonden we er nog.

De tweede dag van onze vakantie voelde als vakantie, toen ik de tent openritste, zijn sokken uit de binnentent gooide, en uiteindelijk de frisse ochtendlucht opsnoof. Twee dagen hebben we fietsen gehuurd, en dat was eigenlijk veel leuker dan die muffe auto, vond ik. Die vlindertuin was fantastisch en kaasmakerij ook.

De terugreis verliep prima. We gingen wel een dag eerder dan gepland naar huis.

We hadden een leuk plekje aan het water gevonden, op een steiger. Ik had waxine lichtjes meegenomen, hij wat hapjes, een fles wijn (voor mij) en een pak appelsap (voor hem). Het was een mooi plaatje. Maar misschien was dat ook wel omdat die fles wijn in no time leeg was. Ik peuterde zijn digitale camera uit zijn broekzak, en rolde zo met nog een stukje brie in mijn mond achterwaards de steiger af. Nadat ik het water uit mijn neus had geproest, echo-de mijn schaterlach over het meer. Lex viste zijn digitale camera en het persoon dat eraan vast hing, dat was ik, uit het water. Ik was een verzopen katje met een grote glimlach op mijn gezicht. Een contradictio in terminis op twee beentjes.
Hij stopte mijn natte kleren in een vuilniszak, en de volgende dag zijn we vertrokken.

Zeg, hoe is het eigenlijk met jou?