Uit mijn riool komen vliegjes. Kleine zwarte vliegjes. Ze lijken op fruitvliegjes, maar hun lijf is dikker, hun vleugels zijn groter en zitten als een v-vorm op hun lijfje geplakt. Als ik er eentje zie druk ik hem dood.

Zoals een kind zich de eerste negen maanden voedt met voedingsstoffen uit het bloed. Zo voeden de vliegjes zich met mijn uitwerpselen, en die van mijn vrienden. Alles wat mijn lichaam niet heeft opgenomen eten de vliegjes op. Hun eitjes leggen ze in mijn afvalstoffen en hun kinderkamer is niet roze of lichtblauw maar bruin. De vliegjes en ik delen een kamer. De kleinste ruimte in mijn huis is hun wereld.

Mijn oog is gefixeerd op kleine zwarte stipjes. Soms zitten er enkele in de rechterbovenhoek van mijn badkamer. Ik heb geprobeerd om ze te verdelgen, met de douchekop spoot ik een sterke straal water omhoog die er een paar richting het afvoerputjes spoelden. Na een tijdje kwamen er scheuren in de muren. Badkamerlatex is niet bestand tegen een flinke straal water. Enkele vliegjes wel, zij verplaatsten zich naar de linkerbovenhoek, waarna ze stiekem afdalen en dineren in het riool.
Tenzij mijn oog erop valt. Als ik er eentje dooddruk laat het een zwart vlekje op de witte badkamer muur achter terwijl het platte lijfje aan mijn vinger blijft plakken.

De vliegjes zijn een product van mij. Ik ben nog nooit in de verleiding gekomen om er eentje te laten leven. Het belooft niet veel goeds voor het nageslacht.